Behoud de Parel op Facebook.

U bent hier

In een rapport van 11 pagina's verdedigt Delfstoffen Combinatie Maasdal (DCM) haar keuze voor vestiging van een zandverwerkingsinstallatie, haven en een "omputterrein" in Raaieind. DCM heeft Grontmij een notitie op laten stellen onder de titel "Nut, noodzaak, werking en locatiekeuze van de CVI Zandmaas". Aanleiding voor het "onderzoek" van Grondmij is het verschijnen van de Plan-MER, dat de initiatiefnemers in 2008 hebben opgesteld. De gemeente Horst aan de Maas, bij monde van wethouder Litjens, stelt dat het voor haar nog geen uitgemaakte zaak is dat DMC in Raaieind een zandverwerkingsinstallatie (CZVI) kan vestigen. De optie om het zand op een drijvende installatie op de Maas te laten verwerken, staat voor de gemeente ook nog open, aldus wethouder Litjens. Op de inhoud van het rapport van Grontmij is nogal wat af te dingen, zo stelt Behoud de Parel in een commentaar.

DCM (een combinatie van Terraq Venlo en Teunesen Zand en Grind bv) wil in het Raaieind een CZVI (14 ha), een haven (12 ha) en een zogenaamd omputterrein (16 ha) realiseren. Met de verwerkingsinstallatie wordt het op verschillende locaties uit de Maas opgebaggerde materiaal verwerkt tot verschillende "klassen" zand, die vervolgens getransporteerd wordt. Daarvoor is de haven bedoeld. Via schepen en vrachtauto's worden de grondstoffen vervoerd naar hun afnemers. Het "omputterrein" is feitelijk een depot, waar het niet bruikbare (c.q. commercieel niet te verhandelen) fijnzand opgeslagen wordt. Fijnzand dat veelal verontreinigd is.

Nu DCM zich wil vestigen aan de zuid-oostzijde van Grubbenvorst (aan de Maas), ten noorden van Grubbenvorst het LOG Witveld met onder andere het Nieuw Gemengd Bedrijf gepland is, in het Noord-oosten Californië in ontwikkeling is, de veiling vanuit het oosten richting Grubbenvorst moet uitbreiden (omdat Greenportlane uitbreiding in de andere richting onmogelijk maakt), Trade Port Noord en de Floriade zuidwestelijk van Grubbenvorst gepland zijn en Klavertje Vier ons nog veel meer agro-industriële ontwikkelingen "beloofd" is het duidelijk dat Grubbenvorst midden op een industrieterrein komt te liggen. Die aantasting van de leefbaarheid van Grubbenvorstenaren moet naar de mening van vereniging Behoud de Parel bestreden worden. Dat is dan ook de reden dat Behoud de Parel zich - vanaf het begin van haar bestaan - gekeerd heeft tegen de komst van een CZVI op het land. Het alternatief, een drijvende verwerkingsinstallatie op de Maas, voldoet volgens Behoud de Parel uitstekend, zeker indien niet het winststreven van DCM als uitgangspunt wordt genomen, maar de beveiliging van (voor) de Maas.

Naast de aantasting van het landschap aan de Maas betekent de komst van een CZVI en de aanverwante faciliteiten een belasting van de omgeving in de vorm van fijnstof (afkomstig van de installatie én van de vrachttransporten) en geluidsoverlast. Met name de "productie van fijnstof" moet gezien worden in samenhang met de andere ontwikkelingen rondom Grubbenvorst, die leiden tot een cumulatie van fijnstof, die zeer schadelijk kan zijn voor de gezondheid van de burgers in Grubbenvorst.
Volgens het rapport van Grontmij komen er straks 17 schepen per dag en is er sprake van 300 vrachtbewegingen per dag. Dat wil zeggen - uitgaande van een werkdag van 10 uur - dat er elke 2 minuten een vrachtauto van of naar de CZVI dendert. Grontmij beweert - namens DCM - dat het zand dat per vrachtauto vervoerd wordt, met name voor de locale markt bedoeld is. Dat zou betekenen dat bijna een derde van alle grondstoffen - die niet alleen nabij Grubbenvorst, maar ook elders aan en in de Maas gewonnen worden - voor de lokale markt bestemd zou zijn...
In het alternatief van Behoud de Parel wordt gesteld dat - net als elders - verwerking op een drijvende installatie mogelijk is en voor zover dat niet mogelijk is, kan het uitgebaggerde zand naar al bestaande verwerkingsinstallaties in bijvoorbeeld Cuijck vervoerd worden, om daar verder verwerkt te worden.

DCM stelt dat zij een centrale verwerkingsinstallatie wil vestigen in Grubbenvorst, om daarmee de overlast voor andere kernen te beperken. Dat verhaal kent Grubbenvorst inmiddels óók van het Nieuw Gemengd Bedrijf (NGB): om de aantasting van natuur en de overlast voor woonkernen elders weg te nemen, moet Grubbenvorst de komst van het NGB maar accepteren. Daarmee - zo lijkt het - wordt Grubbenvorst het "afvalputje" voor de politieke bestuurders en de economisch belanghebbenden!

Doel van de vestiging van de CZVI is de beveiliging van de gebieden aan de Maas tegen hoog water, zoals we dat gezien hebben in de jaren negentig. Op zich een nobel streven, waar Behoud de Parel dan ook geen enkel bezwaar tegen heeft. Maar de onlosmakelijke koppeling tussen beveiliging en vestiging in Raaieind - puur geredeneerd vanuit het bedrijfsbelang van DCM - stuit haar tegen de borst. Er zijn voldoende alternatieve lokaties, naast een drijvende installatie op de Maas ook op het land. Maar ondertussen verstrijkt de tijd en worden op zich zeer geschikte locaties op het land elders - denk aan de haven in Venlo - gebruikt voor andere doeleinden. Nabij Well bestaat ook de mogelijkheid van vestiging van een CZVI. Volgens Behoud de Parel is die locatie in ieder geval beter dan de locatie Raaieind. Op die plek zou er voor burgers nauwelijks overlast zijn. Maar lang genoeg dralen leidt er toe dat er - naast de drijvende optie - zo langzamerhand alleen Raaieind over blijft ...

Aanvankelijk was het heel duidelijk: de CZVI en aanverwante zaken waren door DCM gepland in Raaieind. En ook de gemeenteraad van Horst aan de Maas ging in 2006 nog uit van Raaieind als vestigingsplaats. Behoud de Parel heeft dat voortdurend afgewezen en gewezen op de alternatieve mogelijkheden. Op een gegeven moment is toch besloten dat ook naar het alternatief - een drijvende installatie op de Maas - gekeken moest worden. En toen bleek het nog niet zo eenvoudig om de voordelen van de ene boven de andere te stellen. Aan beide opties kleven voordelen en nadelen. Bij de optie "op het land" betreffen die nadelen vooral nadelen voor de burgers (overlast en aantasting leefomgeving) en bij de optie "op de Maas" vooral nadelen voor de bedrijfsvoering. Als het al zo moeilijk is om duidelijk één "beste" oplossing te kiezen, dan ligt het voor de hand dat "de politiek" kiest voor die optie, die het meest voordelig (of beter gezegd - het minst nadelig) is voor haar burgers. Aldus Behoud de Parel.

In de notitie van Grontmij wordt gesteld dat de installatie minimaal 25 jaar werkzaam is. Bij de discussie op 9 februari 2006 in 't Haeren beweerde de gemeente nog dat niet duidelijk was, hoe lang precies de CZVI actief was, maar gedacht werd aan 15 tot 20 jaar. De PCOL (een provinciale adviescommissie, met als voorzitter oud-burgemeester Fasol) heeft al geadviseerd om de gecreëerde infrastructuur, inclusief de haven - na beëindiging van de zand- en grindverwerking - te behouden. De ligging bij het nabij gelegen - te ontwikkelen - Trade Port Noord zou ideaal zijn. Indien dit advies over genomen zou worden door de provincie, dan zou dit volgens Behoud de Parel betekenen dat de eerdere beloftes van de locale bestuurders niets meer waard blijken te zijn als zand dat tussen de vingers weg glipt...

Tenslotte heeft Behoud de Parel vraagtekens bij de neutraliteit van het gemeentebestuur en de rapportage van Grontmij als het gaat om de keuze voor de locatie Raaieind. Sowieso wilde het gemeentebestuur aanvankelijk de vestiging op Raaieind en maakte die vestiging integraal onderdeel uit van een plan van de CDA-fractie in Provinciale Staten (met als woordvoerder de toenmalige gemeentesecretaris van Horst aan de Maas!). Dat CDA-plan was overigens gebaseerd op een onderzoek, dat de toenmalige gemeente Horst voor ƒ 35.000,= heeft laten uitvoeren. Dat onderzoek heeft binnen de gemeente geen functie meer vervuld. Daarmee is de vraag gerechtvaardigd of het CDA-plan feitelijk niet bekostigd is door gemeenschapsgeld. Bij de presentatie van de plannen aan de bevolking van Grubbenvorst (9-2-'06) liet het college van B&W die presentatie over aan een onderzoeksbureau dat betaald werd door DCM. En bij de laatste aanpassingen van de (project-)MER heeft een nauwe samenwerking plaats gevonden tussen DCM enerzijds en ambtenaren van de gemeente Horst aan de Maas anderzijds, voordat deze naar buiten werden gebracht.
Dat de locatiekeuze voor het bedrijf ook geen "neutrale" keuze is, moge duidelijk worden uit het feit dat het bedrijf in de locatie Raaieind al begin negentiger jaren de gronden verworven heeft. Een andere locatie is voor DCM dus feitelijk geen optie...

Projecten & onderwerpen: 
Behoud de Parel